soon

De Wunderkammer

In de Wunderkammer werden allerlei curiosa van uiteenlopende aard verzameld in een speciale kamer of kabinet. In dit essay wordt de 16de en 17de eeuwse Wunderkammer beschreven (Newhouse, 1998; Parnell, 2004) .

In de kroniek van Froben Christoph von Zimmern wordt in 1564-1566 de eerste vermelding van Wunderkammer gegeven. In deze Wunderkammer bevonden zich onder andere zeldzame naturalia zoals koralen, maar vooral rariteiten als alruinen en vergroeide geweien . In tegenstelling tot schatkamers van vorsten, die het gevolg van een erfenis, geschenken of toevallige aankopen waren, werden Wunderkammers vanuit een universele, intellectuele en politieke doelstelling ontwikkeld. In 1565 beschrijft de Vlaamse arts Samuel Quiccheberg in zijn museum-theoretische werk “inscriptiones vel tituli theatri amplissimi” Wunderkammers voor het eerst als “voorraadkamers van wonderbaarlijke dingen”(o.a. Bergvelt, 1998: pp. 11-16).

Rariteitenkabinet

Voorbeeld rariteitenkabinet
(klik illustratie voor vergroting)

Wunderkammers bestonden uit verzamelde objecten die bewondering en interesse voor de schepper God of de Mens (ambachtelijk kunnen) kweekte. Objecten illustreerden deze bewondering en creëerde weetgierigheid en hebzucht naar dit soort objecten. Voorbeelden van objecten die teruggevonden kunnen worden in een Wunderkammer zijn: Stenen, schedels, pijl en boog, schilden, fossielen en andere uiteenlopende curiosa (o.a. Bergvelt, 1998: pp. 26-30; Newhouse, 1998; Labyrinth) .

Tijdens de Renaissance werden afwijkende voorwerpen verzameld vanuit het streven naar duidelijkheid, overzicht en grip op de wereld in hanteerbare vorm. In deze periode wilde men een allesomvattend wereldbeeld creëren. De gedachte achter een Wunderkammer was om de wereld in de vorm van objecten in het klein weer te geven. Tot de Renaissance werd de wereld geacht te zijn opgebouwd uit drie samengevloeide rijken van de natuur: stenen en mineralen, planten en tot slot dieren. De mens en zijn scheppingen waren hier onderdeel van maar werden nergens specifiek geplaatst. God kwam overal in terug als de schepper. Het uitdagen van de waarde-ideeën van derden, imagovorming en representatie konden worden bereikt met een verzameling. Een object kon niet als rariteit toegevoegd worden tot de Wunderkammer als het niet refereerde naar de intellectuele en experimentele behoeftes van de geïnteresseerde. (o.a. Bergvelt, 1998: pp. 57, 58, 62-68)

Het was in die tijd heel gebruikelijk om objecten zonder context te plaatsen in Wunderkammers. Men verzamelde volgens thema’s en daar werden objecten bij gezocht. Een thema was bijvoorbeeld de Griekse oudheid. Voor de verzamelaar was een object een illustratie bij een bepaald verhaal of zijn kennis op een bepaald gebied. Het weglaten van deze context werd vaak bewust gedaan door de verzamelaar. Omdat het object vaak geen rechtvaardige (wetenschappelijk bewezen) plek had in de verzameling of dat de kennis waar binnen het geplaatst kon worden ontbrak. Het object kon daarom alleen zonder bijbehorende context een plek toegewezen krijgen. Er was in een Wunderkammer dan ook weinig sprake van duidelijke afbakening van verzamelgenres. Het kunnen verzamelen van bepaalde objecten werd tot slot beperkt door de financiële ruimte en de tijd (leven van de eigenaar) van een verzamelaar. Elke verzameling stond hierdoor op zichzelf (o.a.Bergvelt, 1998: pp. 68-75; Thomas, 1998: pp. 118-121, 133).

De verzamelingen van deze Wunderkammer waren alleen voor een kleine, selecte groep toegankelijk. Met dit gezelschap werd aan de hand van de objecten discussies gevoerd over thema’s die de objecten illustreerden. De discussie, die bepaalde objecten te weeg brachten, werd belangrijker geacht dan het definiëren van het object zelf. Door middel van de verbanden en associaties die in de verzameling tot uiting kwamen gaf de eigenaar zijn persoonlijke visie op de wereld weer. Op deze manier creëerde de eigenaar zelf, naast vermaak, op een bepaalde manier als een “God” zijn eigen wereldbeeld.

Vanuit religieuze hoek bestond er wantrouwen naar de motieven voor het verzamelen. Aan het houden van een Wunderkammer zouden mogelijk gezagsondermijnende en a-religeuze motieven ten grondslag kunnen liggen. De angst uit de religieuze hoek over het op nahouden van een Wunderkammer was dat het ordenen van curiosa, volgens een eigen persoonlijke visie, leidt tot een kritische blik naar God’s schepping. De eigenaar zou met zijn Wunderkammer impliciet kritiek kunnen uiten op het beeld dat de kerk verspreidt van God’s schepping. De Wunderkammer verschaft een gefragmenteerd wereldbeeld, de kerk betoogt een allesomvattend / totalitair wereldbeeld te prediken. (Newhouse, 1998)

Wunderkammers werden in de loop van de 17de eeuw kleiner en bestonden uit kasten met kleine laden die vaak de hele verzameling bevatte. “…de Wunderkammer was niet alleen steeds meer een vast onderdeel in het mecenaat van de vorst, maar ook steeds meer een status symbool van de geleerde burger en in katholieke landen van de kloosters en de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. De verzameling als geheel bleef aanspraak maken op universaliteit; de verandering van smaak uitte zich in de voorkeur voor bepaalde materialen…met een steeds grotere nadruk op ambachtelijk virtuositeit. De formaten van de voorwerpen en hun bewaarplaatsen werden kleiner…” (o.a. Bergvelt, 1998: pp. 36, 149, 150).

Het aanleggen van Wunderkammers, door welvarende burgers en andere rijken, creëerde een lucratieve afzetmarkt voor handelaren. Onder de handelaren en zeevaarders algemeen bekend wie geïnteresseerd was in bepaalde objecten. Er ontstond geleidelijk aan een commercieel netwerk tussen zeevaarders, tussenhandelaren en verzamelaars.

Naarmate Wunderkammers populairder werden onder de gegoede burgerij, ontstond de noodzaak om Wunderkammern te indexeren in boekwerken. In deze naslagwerken / catalogi stonden beschrijvingen van de verschillende Wunderkammern in een bepaalde stad of land. Zij waren geïndexeerd volgens vaste deelverzamelingen die in de beschreven Wunderkammers te vinden waren als: Naturalia, Artificalia, Antiquitates en Scientifica. Het groeien van commerciële netwerken langs Europese kusten en de invloed van de wetenschap, droegen bij aan de versnelling van het aantal voorwerpen en kennis die geïndexeerd werd.

Met het aanbreken van de Verlichting werden de deelverzamelingen Naturalia en Artificialia in Wunderkammers als nutteloos en non-systematisch beschouwd. Een groeiende behoefte naar meer wetenschappelijke classificatie, waardering voor selectie van de individuele voorwerpen leidde tot specialisatie van Wunderkammers, wat hun einde betekende als alles representerende verzamelingen. (o.a. Bergvelt, 1998: pp 10- 15, 34 Thomas, 1994: 135, 136; Labyrinth)

Toen de industrialisatie op kwam, en de verzamelingen meer de betekenis van onderwijs en entertainment kregen, ontstonden er op elkaar afgestemde instituten van verzamelingen, netwerk verzamelingen, tot uiteindelijk de huidige musea. Een museum is publiek, de Wunderkammer is privaat. Musea moesten een bijdrage leveren aan het algemene welzijn, het vergaren van empirische kennis en de bloei van de betreffende staat. Gereorganiseerd, in de grote zalen van musea, krijgen de verzamelingen een meer naar buiten gerichte educatieve, nationalistische en economische functie. Dit nieuwe type ‘encyclopedische’ museum onderscheidt zich hiermee van de 16de en 17de eeuwse Wunderkammer. De Wunderkammer zou eveneens als encyclopedisch getypeerd kunnen worden maar het verschil met het museum is de inrichting van de verzameling. In een Wunderkammer kunnen geen tekenen van een vorm van geschiedenis waargenomen worden (o.a. Bergvelt, 1998: pp. 10- 15, 214, 225 en verder; Labyrinth) .

One Response to “Weblog als de moderne Wunderkammer?”

  1. [...] rammelt op sommige punten, is het zeker leuk om even door te lezen. Het artikel is te vinden op het weblog van Vincent “Vinnie” Barnhard. De verzamelaars van rariteitenkabinetten probeerden zo veel mogelijk objecten te verzamelen die [...]

Sorry, the comment form is closed at this time.